Patrick Creyghton schildert het Limburgse landschap

|
, ,

Museum Valkenburg presenteert tot en met 4 oktober een bijzondere tentoonstelling van het werk van Patrick Creyghton, geboren in Nijmegen in 1934. Een veertigtal schilderijen uit privébezit worden voor het eerst publiekelijk geëxposeerd, naast werken uit museumcollecties en uit het bezit van de kunstenaar.

Het werk van Patrick Creyghton is sterk verbonden met het Limburgse landschap. Hij is in Nijmegen geboren en verhuist op jonge leeftijd met zijn ouders naar het Limburgse Maasdorp Grevenbicht. Vanaf die plek bezoekt hij het atelier van de priester-kunstenaar Jean Adams in Nunhem. Bij Jean Adams leert Patrick niet alleen tekenen en schilderen, maar bovenal om te kijken naar de natuur en om die te interpreteren. De natuur zal voor hem altijd een belangrijke inspiratiebron blijven, die in landschappen en stillevens wordt vereeuwigd.

Aan de Stadsacademie in Maastricht volgt Patrick Creyghton daarna de schilderlessen van Willy Gorissen en Harry Koolen en na zijn militaire dienst krijgt hij op de Jan van Eyckacademie les van Ko Sarneel en Albert Troost. Hier ontmoet hij ook de beeldhouwster Agnes Motké, met wie hij in 1959 in het huwelijk treedt. Samen betrekken ze een tuinderswoning op de St.-Pietersberg.
De tekst loopt door onder de video.

Mozaïeken en iconen
Aan het begin van zijn kunstenaarschap werkt Patrick Creyghton aan enkele monumentale opdrachten. In 1964 krijgt hij van het St. Barbaraziekenhuis in Geleen de opdracht voor een groot mozaïek in de kapel van het ziekenhuis. Voor de Maastrichtse O.L.Vrouwebasiliek maakte hij later een mozaïek van een Keltisch Kruis met carneoolstenen in het hoofdaltaar en beschilderde hij de zijluiken van de orgelpositief met musicerende engelen. Ook heeft hij voor meerdere Maastrichtse kerken iconen geschilderd. Deze iconen en mozaïeken sluiten aan bij zijn belangstelling voor Vroegchristelijke en Byzantijnse kunst en bij zijn voorliefde voor de Slavisch-Byzantijnse koormuziek.

Het Heuvelland in olieverf
Soms worden landschappen wel als schilderachtig gekenschetst. Sommige landschappen worden zelfs vereenzelvigd met een bepaalde schilder. Als het Limburgse Heuvelland aan een kunstenaar gepaard moet worden dan is Patrick Creyghton een van de meest gewaardeerde kunstenaars. Op de stadsacademie experimenteerde Patrick met verschillende verfsoorten. Naast olieverf schilderde hij met etaverf, keimverf, caseïne en tempera. Tempera kon je makkelijk zelf maken op basis van eigeel en Patrick ervoer dat je in tempera hele fijne structuren kon schilderen en dat het ideaal was om er kleine takjes of blaadjes mee te schilderen. Maar geleidelijke overgangen in een wolkenlucht of waterpartij kon je beter in olieverf opzetten. Vanaf 1973 gebruikte hij ook acrylverf voor de ondertekening in omberkleuren of donkerblauw. Vervolgens werd de voorstelling gedetailleerd uitgewerkt in olieverf, die in verschillende lagen over elkaar werd aangebracht.

Poëtisch realisme
Bekendheid kreeg Patrick Creyghton in 1973 toen in het Cultureel Centrum van Venlo een grote expositie werd gehouden van Limburgse schilders. Zijn werk werd aldaar benoemd als “poëtisch realisme”. De schilderijen van Patrick Creyghton zijn niet gericht op opzienbarende voorstellingen maar zijn werk streeft qua sfeer naar verstilling en verdieping. Thema’s zijn vaak geïnspireerd op de natuur en het kleurgebruik is veelal terughoudend. Deze ingetogen sfeer zorgt bij de beschouwer voor een intense beleving van de voorstelling en weerspiegelt zo de lyrische intentie van de kunstenaar. Het is daarom geen zuiver realisme maar het werk heeft eerder een dieper doorleefde mystieke lading. In zijn landschappen vind je geen anekdotische toevoegingen en het landschap wordt ook niet gesublimeerd of geabstraheerd. Het zijn sobere, pure, oprechte en nauwkeurig geschilderde voorstellingen, maar ze zijn zeker niet fotografisch realistisch. In zijn dagboek schreef hij in de avonduren wat hij tijdens zijn wandelingen in de natuur had opgemerkt of waar zijn gedachten naar uit waren gegaan: “Schreeuwen en protesteren kan ik niet. Ik kan alleen maar stil worden met de vissers langs het water en de boeren op het veld, de wind volgen over het gras en samen met de leeuwerik tijdgenoot worden van de Bron van alle bestaan”.

← Vorig bericht

Fotoexpositie ‘Geheimen van De Piepert’ in het museum

B&W heeft over SV Geuldal andere mening dan onafhankelijk rapport

Volgend bericht →