Purperstreepparelmoervlinder gezien

Voorpagina » Nieuws » Purperstreepparelmoervlinder gezien

Afgelopen maand is in Limburg een purperstreepparelmoervlinder gefotografeerd.Deze spectaculaire waarneming vond plaats in een prachtig beekdal in het Mergelland, goed geschikt voor een populatie van de soort. We weten niet of deze vlinder eitjes heeft afgezet, en moeten dus tot volgend jaar wachten voor we zeker weten of deze vlindersoort inderdaad voorkomt in het Mergelland. Natuurmonumenten is verheugd en doet daarbij de constatering dat natuurbeheer van belang blijft.
Unieke vondst
De purperstreepparelmoervlinder kwam vroeger in Nederland zeer plaatselijk en tamelijk talrijk voor, maar wordt in de afgelopen tientallen jaren nauwelijks waargenomen. De vlinder zou op enkele plaatsen in Duitsland toegenomen zijn in beekdalgraslanden doordat zich daar een ruigtebegroeiing heeft kunnen ontwikkelen die geschikt is voor deze parelmoervlinder. Het is een plezierige constatering dat de soort in staat is Nederland te bereiken en zelfs potentieel geschikte biotopen (leefgebieden) weet te vinden.
Verspreid door het Mergelland heeft Natuurmonumenten een aantal hooilanden in beheer die behoren tot de dotterbloemhooilanden. Dit is een in Zuid-Limburg bijzonder schaars grasland dat wordt gekenmerkt door een sterke kwel (grondwater dat uit de bodem komt) op een relatief voedselrijke (beekdal)bodem. Botanisch zijn deze waardevol, zo komen op deze percelen planten als Blauwe knoop, Karwijselie, Moerasstreepzaad, Witte munt, Brede orchis, Gevlekte orchis en Wilde herfsttijloos voor.
Maaibeheer hooilanden noodzakelijk
De laatste vier jaar werkt Natuurmonumenten aan het herstel van deze hooilanden. Dat gebeurt door een uitgekiend maaibeheer waardoor de ongewenste soorten achteruitgaan, en gewenste soorten zoals moerasspirea en adderwortel toenemen. Sommige hooilanden zijn zo verruigd dat ze wel twee keer per jaar gemaaid worden. De hooilanden zijn potentieel geschikt voor purperstreepparelmoervlinder en wellicht ook voor rode vuurvlinder. Het natuurbeheer is dan ook op een eventuele terugkeer van deze vlinders gericht. Dat is vooral goed te zien bij percelen bij Cottessen en de Volmolen langs de Geul. Het is duidelijk dat dit beheer werkt. Zo is bij de Volmolen de bedekking moerasspirea in twee jaar tijd verdubbeld, en heeft veldrus zich uitgebreid ten koste van pitrus. Bij Cottessen is sprake van uitbreiding van zowel moerasspirea als adderwortel. De vondst van de purperstreepparelmoervlinder geeft aan dat ook voor vlinders de maatregelen zinvol zijn.
Terug van weggeweest
Nu we weten dat de purperstreepparelmoervlinder deze plekken kan bereiken is het zaak het herstelbeheer door te zetten. In de komende jaren gaat Natuurmonumenten hier mee door. Sommige minder waardevolle bosjes en bomenrijen zullen worden gekapt om de bijzondere bloemrijke graslanden verder te ontwikkelen. En om de instroom van meststoffen van nabijgelegen akkers te voorkomen worden op andere plekken juist weer houtsingels aangeplant.

← Vorig bericht

Waar blijft rapportage van de NV.Ontwikkelingsmaatschappij

Wij zoeken leuke hobby’s

Volgend bericht →