Raad van State wijst uitbreiding Camping Vinkenhof in Engwegen af

Voorpagina » Nieuws » Raad van State wijst uitbreiding Camping Vinkenhof in Engwegen af

Met de aankoop van een aangrenzende kersenboomgaard van 4200 m2 wilde Camping Vinkenhof uitbreiden en diende hiervoor in 2017 een verzoek in. Een ontwerpbestemmingsplan werd ter inzage gelegd in 2019. Dit plan maakte een uitbreiding van de camping met 9 glampingaccommodaties, een parkeerplaats voor 15 auto’s en de mogelijkheid om de camping het gehele jaar open te stellen mogelijk. Ook zou worden voorzien in de landschappelijke inpassing van de bestaande camping en de uitbreiding ervan.

Bij besluit van 6 juli 2020 heeft de gemeenteraad besloten het bestemmingsplan “Partiële herziening BP Buitengebied 2012 – uitbreiding” niet vast te stellen. Tegen dit besluit werd door de eigenaar, fam. Weyts, en anderen beroep aangetekend. De raad heeft vervolgens een verweerschrift ingediend.

De gemeenteraad, Stichting Natuurlijk Geuldal, restaurant De Aw Geul en anderen hebben een schriftelijke uiteenzetting ingediend en nadere stukken overlegd. De raad heeft om een aantal redenen geweigerd om mee te werken aan de vaststelling van het bestemmingsplan. Het plan maakt de uitbreiding van de camping met 9 glampingaccommodaties mogelijk in een kersenboomgaard die op grond van provinciaal beleid is beschermd als ‘zilvergroene natuurzone’. Daarnaast zal de camping door de voorgestelde uitbreiding het naastgelegen restaurant en woning van de eigenaars daarvan grotendeels gaan omsluiten.

De raad is van mening dat de voorgestelde uitbreiding de natuurwaarden in de kersenboomgaard en de zakelijke en privébelangen van de eigenaars van het restaurant onevenredig zal aantasten. Ook acht de raad de voorgestelde landschappelijke inpassing en groencompensatie onvoldoende om de privacy van omwonenden te waarborgen. Daarnaast heeft de raad meegewogen dat de gemeente Valkenburg aan de Geul weliswaar sterk op het toerisme is gericht, maar dat de balans te veel naar het toerisme dreigt door te slaan.

Verder is de raad, gelet op de hiervoor genoemde natuurbelangen en op de regels in de Wet natuurbescherming, niet overtuigd van de kwaliteit van de natuuronderzoeken waarin is geconcludeerd dat vervolgonderzoek of een aanvraag van een ontheffing op basis van de Wet natuurbescherming niet nodig zijn. Tot slot is de raad van mening dat omwonenden onvoldoende bij de voorgenomen ontwikkeling zijn betrokken.

De eigenaars van de camping stellen dat de natuurwaarden afdoende worden beschermd door de planregels voor de maximale bebouwingsmogelijkheden en door de voorwaardelijke verplichting. Het gaat maar om 9 nieuwe accommodaties. Ook bieden de dubbelbestemmingen “Waarde-Ecologie” en “Waarde-Landschapselement” voldoende waarborgen hiervoor. Daarnaast is extensief recreatief medegebruik op dit moment al mogelijk.

Over de zakelijke en privébelangen van de eigenaars van het naastgelegen restaurant stellen zij dat de landschappelijke inpassing van het plan en de locaties van de verblijfplaatsen in de uitbreiding voorkomen en dat hun belangen onevenredig worden geschaad. In dit verband wijzen zij ook op het positieve advies aan de gemeente  door de Stichting Kwaliteitscommissie Limburg. Ook wordt met deze landschappelijke inpassing voldoende rekening gehouden met de belangen van (andere) omwonenden.

De raad heeft bij het maken van de afweging rekening gehouden met het provinciale beleid over natuurwaarden en heeft gekozen de nadelige gevolgen voor deze waarden zwaarder te laten wegen dan de genoemde tegenargumenten in de toelichting bij het plan. Hierbij acht de raad de status van het gebied als zilvergroene natuurzone die een ecologische verbinding met de goudgroene natuurzone vormt van belang. De raad heeft daarbij geoordeeld, dat het plan en de daarin aan de gronden gegeven dubbelbestemmingen de natuurwaarden onvoldoende beschermen. Weliswaar is recreatief medegebruik toegestaan, maar het realiseren van glampingaccommodaties en de daarbij horende 15 parkeerplaatsen vallen hier niet onder. Ook liet de raad de nadelige gevolgen voor de privé- en zakelijke belangen van de eigenaars van het restaurant zwaarder laten wegen dan nodig werd  geacht.

Het oordeel van de Stichting Kwaliteitscommissie Limburg dat met de landschappelijke inpassing voldoende recht gedaan wordt aan de belangen van de eigenaars van het restaurant en omwonenden, legt de raad terzijde. Op grond van deze redenen heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het beroep ongegrond verklaard op 4 mei 2022.

← Vorig bericht

Atelier op tafel in Museum Valkenburg

Derby voor dames 1 VC S.E.C.

Volgend bericht →