Foto-Ernst-Loendersloot_webMr. Ernst Loendersloot werkt al jaren als kandidaat notaris in Maastricht.

Op de website van TV Valkenburg plaatsen we van Ernst elke twee weken een column over wat er allemaal speelt op een notariskantoor.

Meer columns van Ernst? Kijk op deze pagina: https://tvvalkenburg.tv/van-de-wieg-tot-het-graf/

Mijn vorige artikel ging over de ENCI-groeve en (oude) plannen om daar een crematorium te bouwen. Aanleiding waren twee rechterlijke uitspraken (eentje uit Friesland en de ander uit België) met een heel hoog SOAP gehalte.

Dit keer ga ik graag in op een zaak waar op een andere manier een vleugje Zuid-Limburg aan zit. Namelijk DNA-onderzoek dat op The Maastricht Forensic Institute wordt gedaan. Dit voor Nederland unieke instituut is gevestigd aan Oxfordlaan 70 in Randwyck.

Ondergeschoven kind kan geen DNA onderzoek laten doen na crematie

Als je als erfgenaam niet zeker weet of alle kinderen van je vader of moeder wel bekend zijn, dan kom je misschien in de verleiding om voor crematie van je ouders te kiezen.

Een onbekend kind kan in dat geval misschien wel een deel van de erfenis claimen, maar het zal voor dat kind vrijwel onmogelijk zijn om aan te tonen dat de overledene ook daadwerkelijk zijn vader of moeder is. DNA onderzoek aan de resten is technisch al niet mogelijk, maar als de as ook nog eens is uitgestrooid, is een correct onderzoek uitgesloten.

En zonder dat onderzoek is niet aan te tonen dat dit “ondergeschoven” kind ook echt een kind is van de overledene en op basis daarvan mee moet delen in de erfenis. Daardoor blijft de koek voor de erkende kinderen groter.

Of kan de rechter op basis van ander DNA onderzoek toch het vaderschap vast stellen?

In de aangehaalde zaak die door de Rechtbank in Den Haag werd behandeld, was een man overleden en daarna gecremeerd. Een jongeman verzocht vervolgens de rechtbank om vast te stellen dat hij een zoon van de overledene was.

Deze jongeling had daarvoor twee verschillende DNA-rapporten op laten stellen. Eén waarbij zijn DNA was vergeleken met dat van een broer van de overledene en een ander waarbij dat van een (erkende) zoon van de overledene was onderzocht. Daaruit bleek simpel gezegd dat er sprake was van een match als oom/neef (het eerste rapport) en als halfbroers (het tweede onderzoek).

Ook de moeder van de verzoeker verklaarde dat de overledene de biologische vader was van haar zoon. Dat verhaal werd ook bevestigd door de weduwe van de overledene. En als laatste heeft de jongeman nog aan de rechtbank verteld dat de overledene er altijd van uit was gegaan dat hij zijn kind was en op grond daarvan (mede)-erfgenaam zou zijn na zijn dood.

Alles bij elkaar vond de rechtbank dat er voldoende objectieve factoren waren die het verzoek ondersteunden. Het verzoek werd toegekend en via de rechter werd dus vastgesteld dat de jongeman een zoon van de overledene was.

Zuid-Limburg biedt niet alleen plaats aan Flikken en GTST maar ook aan CSI. Hollywood aan de Maas.

Als ik scenarioschrijver was voor GTST dan zou ik de weduwe, haar kind en diens oom echt niet zo meegaand hebben gemaakt. Met hand en tand zouden ze zich verzet hebben tegen een DNA onderzoek. Maar op een slimme wijze zou het “onechte” kind de glazen te pakken hebben gekregen waaruit zijn halfbroer en oom bier hadden gedronken in een café. Om daarna via CSI-technieken het DNA uit hun achtergebleven speeksel te laten achterhalen.

Als u ondanks mijn eerdere column nog steeds dacht dat het notariaat saai was, dan hoop ik u nu toch aan het twijfelen te hebben gebracht. Soms is ons werk net een soap.

Meer columns van mij in de rubriek “Van de wieg tot het graf”? Kijk op deze pagina: https://tvvalkenburg.tv/van-de-wieg-tot-het-graf/

Wil je meer informatie, kijk dan eens op mijn website.